THE OFFICIAL RITA REYS WEBSITE - WWW.RITAREYS.EU

Content & design: Jurjen Donkers, pr Rita Reys  - in cooperation with: Sascha van Esdonk Productions

© 2007-2010 Jurjen Donkers - Last update: Friday 5 November 2010

RITA REYS OP HET NORTH SEA JAZZ: SWING, OF IK SCHIET!


Door Victor Engbers


Met haar tachtig lentes staat Rita Reys dit weekeinde wederom op het podium van het North Sea Jazz Festival. Een gesprek over haar leven in muziek en in liefde.


Rits Reys: “Ik heb eens met een man gesproken die  zei: ‘Ik wil u bedanken want u heeft mijn vrouw aan het huilen gemaakt.’ Ik zei: ‘Wat zeg je nou, dat is toch niet zo leuk?!’ ‘Nee’, zei hij; ‘het zit zo: ze heeft twintig jaar niet kunnen huilen. Maar toen u dat lied zong kwamen de tranen.Ze is gewoon ontladen’.” Precies zoals ze het wil hebben, vertelt ze: “Mensen willen begrijpen waar een tekst over gaat. Kijk, de meeste liedjes gaan over liefde, seks, verdriet of ellende, maar je moet het wel altijd uitbeelden. Dus als ik een liedje zing over liefde, dan denk ik bijvoorbeeld aan Pim of aan Wessel of aan mijn kind of kleinkind. Dat doe ik niet bewust maar toch zit het in mijn hoofd.” Mooi voordragen, daar gaat het haar om: “Pim  zei altijd: ‘Als jij een lied zingt, dan is het net alsof je een verhaal vertelt’.” Je moet mensen boeien, dat hoort er gewoon bij, vindt ze. Daarom draagt ze ook nooit twee keer hetzelfde op het podium.  “Ik wil er graag goed uitzien en dat komt mooi uit omdat dit toevallig mijn vak is. Kijk, je kan wel mooi zingen, maar mensen willen ook graag iets moois zien. En nou ben ik wel geen twintig meer, maar ik weet toch dat als ik op de bühne sta het aanzien waard ben. Ik denk niet dat ik zo’n succes zou hebben als ik op deze leeftijd met een vieze slobberbroek op zou komen.”


Geluksvogel

Over haar leeftijd doet ze verder niet moeilijk: „Ik ben toch een oud mens! Ik voel me helemaal niet zo, maar in jaren ben ik het wel natuurlijk. Soms vertel ik tijdens een optreden dat ik een heel oud liedje ga zingen: ‘Vooral de ouderen onder u kennen het misschien nog’, zeg ik dan. Dan hoor ik ze al lachen, want ik ben meestal de oudste in de zaal.” Lachend vervolgt ze: „Jong blijven zit in je hoofd, in je hart, maar het is ook ijdelheid: vergis je niet. Natuurlijk heb ik wel het geluk dat ik gezond ben, want anders zou ik dit allemaal niet kunnen.” Waarmee ze doelt op haar optredens: ze staat zo’n twee keer per week op het podium. “Op het ogenblik heb ik het heel druk.  Er komt een hoop bij kijken, want ons vak zit behoorlijk ingewikkeld in elkaar. Mensen denken misschien dat ik wel even ga staan en even een liedje zing, maar zo is het niet. De repetities, het reizen, er is verschrikkelijk veel te doen. Maar ach, het is leuk vak en als ik het morgen over moet doen dan doe ik het weer precies zoals ik het gedaan heb: arm en klein beginnen en dan hard werken om vooruit te komen.” En al is haar publiek volgens haar eigen zeggen niet zo enorm als dat van een Marco Borsato, ze is er wel trots op: “ Ik vind het heerlijk om voor mijn publiek te werken. Het feit dat ik binnen dit kleine kikkerlandje toch nog zo groot ben geworden maakt van mij een enorme geluksvogel!”


Fantastische mannen

Een geluksvogel was ze ook in de liefde, vindt ze zelf: „Ik heb twee fantastische mannen gehad!” Ze vertelt over Wessel Ilcken, haar eerste man die in 1957 stierf, en over Pim Jacobs waarmee ze tot zijn dood in 1995 getrouwd is geweest. Reys: “Ik geloof niet in toeval: alles wat er in het leven gebeurt heeft een reden. Dat ik met Wessel ben getrouwd was dan ook omdat we op de een of andere manier naar elkaar toe werden getrokken.” Nadat Wessel Ilcken in 1957 stierf, hertrouwde ze in 1960 met Pim Jacobs. “Pim, die toen al bij ons groepje zat, was al jaren verliefd op mij, maar ik wist dat niet: hij was namelijk heel erg introvert en bescheiden. Maar op een dag kwam het hoge woord er uit. We gingen naar Groningen en daar had hij een busje voor gehuurd.  De andere jongens lagen allebei achterin te slapen en Pim en ik zaten voorin. Opeens voelde ik een hand op mijn knie en zei hij: ik moet je even wat vragen. Toen zei hij, onder het rijden: ‘Ik wilde je vragen of je met me wilde trouwen.’ Ik reageerde heel impulsief, zo van: ‘Doe niet zo gek, ik ben tien jaar ouder!’ ‘Dat weet ik wel’, zei hij, ‘maar ik hou zo veel van je.’ En uiteindelijk hoorden we echt bij elkaar: het was een fantastisch fijn mens en ik ben 36 jaar met hem getrouwd geweest. Dat is dus geen toeval, dat heeft zo moeten zijn.”


Swing of ik schiet

Dit weekeinde is ze voor de achttiende keer te zien tijdens het North Sea Jazz Festival. “Omdat dit misschien de laatste keer is -ik kan morgen dood zijn!- wilde ik het wel nog een keer doen. De echte jazzmensen zijn allemaal net zo oud als ik: we gaan zo langzamerhand allemaal dood. Oscar Peterson speelt nog steeds als een duivel, maar kan door een verlamming nooit meer zo goed zijn als hij was, en Toots Thielemans is zo doof als een kwartel en speelt alleen nog maar op zijn gevoel.” Over de jonge generatie heeft ze haar twijfels: “Ze spelen en zingen wel leuk, maar ze missen iets wat wij hebben. Wij zijn er in grootgebracht, terwijl de jongere generatie van een conservatorium komen en dus van uit het boekje te werk gaan. Swing of ik schiet, denk ik dan! Jazz moet uit je hart en uit je buik komen, het moet swingen!” Muziek is haar leven, vertelt ze: „Als ik een rotbui heb dan zet ik een heerlijke plaat op en dan is die in een mum van tijd verdwenen.”


WELKOM OP RITAREYS.EU